BEZIELING ALS BINDMIDDEL

HET WERK VAN DE INNOVATIEDOCENT

Van links naar rechts: Sander Berendsen, Willy Reijrink en Nono Poels.

Van links naar rechts: Nono Poels, Willy Reijrink en Sander Berendsen.

“Innovatiedocent, dat bén je. Het zit in ons. We zijn heel dankbaar dat we de kans hebben gekregen dat te ontdekken.” Nono Poels (Mijn School), Willy Reijrink (Verpleging) en Sander Berendsen (Pedagogisch werk en onderwijs) zijn sinds 1 augustus 2016 actief als innovatiedocent. Een terugblik op vier leerzame jaren.

Stimuleren van onderwijsvernieuwing en -verbetering op basis van praktijkgericht onderzoek. Dat was voor het Graafschap College zo’n vijf jaar geleden de motivatie om innovatiedocenten aan te stellen. Drie docenten uit de eigen organisatie zouden op basis van onderzoek gaan bijdragen aan continue verbetering van het onderwijs en een passende aansluiting op een de arbeidsmarkt. Het ging in eerste instantie om een aanstelling voor twee jaar; de sollicitatieprocedure bestond uit het opstellen en indienen van een innovatieplan. Vanuit de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werden lector Ontwikkelen van Competenties op de Werkplek Ruud Klarus, later opgevolgd door senior onderzoeker Aimé Hoeve en onderzoeksdocent Chris Kroeze gevraagd de docenten te begeleiden. Een voor een mbo-instelling uniek project.

UNIEK PROJECT

Nono, Willy en Sander, alle drie seniordocent, voelden zich meteen aangesproken. “Ik wilde heel graag het ‘leren’ verbeteren, effectiever en leuker maken”, vertelt Willy. “Daarnaast wilde ik mezelf ontwikkelen, het liefst samen met anderen.” Willy werkte een plan uit voor een Euregionaal skillscentrum: een trainingscentrum met ‘just in time’ vaardigheidsonderwijs. Dat alles met behulp van de modernste ict-technieken. “Een hybride leer- en werkomgeving waarin school en praktijk letterlijk samensmelten; een optimale verbinding tussen theorie en praktijk. Activerend en uitdagend onderwijs, waarbij studenten zelf eigenaar zijn van hun leerproces.” “Dit heeft consequenties voor het hele leerlandschap, maar vraagt ook nieuw gedrag van docenten. Het maken van een plan is niet complex, de implementatie kost echter jaren. Duwen en trekken helpt niet. Een innovatie is geen project met een kop en een staart, maar een zeer complexe transitie waarbij je steeds stappen vooruitzet en ook weer terugvalt in oud gedrag.” Gaandeweg ontdekte Willy dat plan en realiteit niet altijd per se synoniem zijn aan elkaar. “Mijn plan is goedgekeurd. Inmiddels is er budget voor om het plan verder uit te werken zodat we toewerken naar het Euregionaal skillscentrum zoals ik heb ontworpen in 2016.”

BETEKENISVOL

“Ik liep al enige tijd rond met de vraag hoe ik het begrip ‘leren’ betekenisvoller zou kunnen invullen”, vertelt Sander. “Het onderwijs is vergeven van wetgeving, hiërarchie, regels en structuren. Heb ik altijd vreemd gevonden. Juist nu we, meer dan ooit, wendbare professionals nodig hebben. Onderwijs moet bij uitstek recht doen aan verschillen om zo het mooiste uit mensen te halen. Naast aandacht voor kennis en gedrag, zou zowel het onderwijs als het bedrijfsleven aandacht moeten hebben voor dromen en overtuigingen.” “Om die aspecten boven water te krijgen, om te weten wat een student écht wil en drijft, moet je in gesprek gaan zonder te oordelen”, vervolgt Sander. Hij ontwikkelde de (KL)IK! methodiek. Te gebruiken door zowel docenten als studenten om inzicht te krijgen in ervaringen, acties en keuzes die er voor lerenden écht toe doen. “Een tool om persoonlijke ontwikkeling in gang te zetten. De KL(IK!) methodiek geeft op een praktische wijze richting aan het voeren van deze betekenisvolle dialogen op de werkvloer. Als iemand inzicht krijgt in wat hij of zij echt wil en werk doet dat bij hem of haar past, als wat je doet vanuit jezelf komt en je er moeite voor wilt doen, hoeft het geen probleem te zijn om tot je 70e door te werken.”

PASSIE

Nono ging het traject in vanuit haar passie studenten uit te dagen en te prikkelen. “Echt mooi onderwijs op een sprankelende werkvloer, dat was en is mijn droom. Optimale interactie tussen docenten en studenten, dat miste ik nog wel eens. Ik wilde een innovatieproject opzetten waarin onderwijs en bedrijfsleven op projectmatige basis zouden samenwerken. Crossover-onderwijs, overstijgend aan opleidingen en sectoren en met een directe link met de praktijk. Daarnaast wilde ik meer weten over eigenaarschap van studenten in relatie tot hun leerproces en de uitval in het traject vmbo-mbo-hbo.” In eerste instantie dacht Nono aan een samenwerking met de Johan Cruijff Academie, maar uiteindelijk koos ze voor studie- en werksucces door middel van een leerorkest. “Vanuit een muzikale taak samen leren en samen delen. Dat vraagt om competenties als samenwerken, communiceren en anticiperen. Met als orkestleden zowel onderwijsgevenden en studenten als werkgevers en werknemers uit het bedrijfsleven.” Er was één belangrijke voorwaarde: iedereen startte op een nulpunt, niemand had kennis van zijn of haar instrument. “Een muziekinstrument leren bespelen, vergt discipline en doorzettingsvermogen. Durf ook, om in gezelschap iets te spelen wat je niet beheerst, vraagt om een kwetsbare opstelling. Fouten durven maken om te groeien.” Zelf koos Nono voor cello. “Echt, m’n eerste ‘Vader Jacob’ maakte me nog trotser dan de uitreiking van m’n bul op de universiteit.”

“Een innovatiedocent moet een beetje gek zijn”

GEDEELDE MISSIE

De innovatiedocenten ontdekten een visie te delen: onderwijs kan beter, maar ook leuker. De rol van de docent is daarbij cruciaal, vernieuwing een voorwaarde. “De klassieke docent in zijn of haar klassieke rol in de klassieke klas, dat is niet meer van deze tijd”, stelt Nono. “Of beter gezegd: zou dat niet moeten zijn. Ook als leraar kun je je kwetsbaar opstellen. Durf fouten te me maken, je kunt niet alles. Dat vraagt om een andere mindset dan docenten soms hebben.” Willy: “Voer je als docent je vak uit vanuit een traditionele, controlerende rol, dan heeft dat effect het gedrag van de studenten. Die gaan doen wat de leraar verwacht en niet per se wat het beste voor ze is. Als we nieuw gedrag van studenten willen zien, dan zullen ook wij als docenten onze oude patronen moeten loslaten. Al in de jaren 90 zijn onderzoeken gehouden die aantonen dat het beter en anders kan. Maar we zijn nu 25 jaar verder en het onderwijs functioneert nog grotendeels hetzelfde als destijds. Wil je studenten echt iets leren, dan vraagt dat om diepgaand contact. Om het aangaan van een relatie, om werkelijke verbinding. Dat vraagt om docenten met een onderzoekende instelling. Wat neem je waar in de klas?” “Als innovatiedocent moet je vanuit meerdere perspectieven naar het onderwijs kijken”, haakt Sander aan. “Je moet lef hebben en een beetje gek zijn. Onderwijsvernieuwing gaat niet altijd over rozen en is een intensief proces op alle niveaus in de organisatie. Maar de wereld verandert, snel ook, en daarmee de rol van de docent.”

BEZIELING

De drie zijn het erover eens: waren ze geen innovatiedocent geworden, dan hadden ze elkaar misschien wel niet leren kennen. Of in ieder geval niet zo goed. Willy: “We begonnen individueel aan deze reis, maar hebben elkaar gevonden in de bezieling. Dat is de kernwaarde die ons bindt.” “We zijn als mens behoorlijk verschillende types, maar in dit traject zijn we heel hecht met elkaar opgetrokken”, zegt Nono. “Op vrijdagochtend zijn we in gesprek met elkaar en bekijken we de wereld vanuit het oogpunt van onderzoek en onderwijsvernieuwing. Wat betekent dat voor ons? Waar staan we? Hoe maken we verbindingen?” Sander: “Over veel aspecten van het onderwijs bleken we dezelfde ideeën te hebben. Gaandeweg zag je dat onze thema’s zich begonnen te vervlechten. Daarmee groeide ook de waardering en de bereidheid elkaar te helpen. Een mooi en waardevol proces.” Tijdens dat proces was er veel, heel veel zelfreflectie. “Zo ontdekten we onder meer hoe snel je de neiging hebt om aannames te doen”, zegt Nono. “Als docent, als mens in het algemeen, wil je het goede doen. Maar is wat jij goed vindt inderdaad goed? Voor je omgeving, voor studenten, voor jezelf?” De drie zagen de aanvankelijke aanstelling voor twee jaar tot hun blijdschap verlengd worden. “Een diepgaande transitie kost tijd”, stelt Willy. “Je praat over een complex, organisch proces. Echte verandering is geen quick fix.” Nono: “We hebben het hier niet over de oplevering van een product. Ontwikkeling en innovatie is een kwestie van een lange adem. Samen. Leren. Delen is niet eenvoudig. Leren is een complex en organisch iets. Inspanning loont. Leren is niet voor niets een werkwoord.”

AANSLUITING ARBEIDSMARKT

Innovatiedocenten onderzoeken, ervaren, ontwerpen en veranderen in de dagelijkse onderwijspraktijk. Ze laten zich voeden door verhalen van studenten, docenten, wetenschappers en experts om zo bij te dragen aan onderwijs dat beter aansluit bij zowel de student als de veranderende arbeidsmarkt.

“Onderwijs moet recht doen aan verschillen”

BEZIELING

“Bezieling is datgene wat mensen ten diepste beweegt en motiveert. Het zorgt dat er richtinggevoel, passie en liefde door de organisatie stroomt”, aldus Hans Wopereis in zijn boek ‘Bezieling werkt’. Medewerkers van het Graafschap College zijn betrokken en bevlogen, willen meedenken en hebben de ‘drive’ om voortdurend betere oplossingen te bedenken voor vraagstukken die zich voordoen. De innovatiedocenten zijn hier een prachtig voorbeeld van. Met bezieling stimuleren ze onderwijsvernieuwing en -verbetering op basis van onderzoek en zetten zij zich vol overgave in om ‘leren’ voor studenten en collega’s effectiever en leuker te maken.

- Sarien -

DEEL DIT ARTIKEL