INTERNATIONALISERING VERDIEPT

OVER DE GRENS KIJKEN

Een blik in andermans keuken levert nieuwe ideeën op. Dat geldt voor studenten, maar zeker ook voor docenten. Daarom oriënteren zij zich ook bij andere opleidingsinstellingen en organisaties. In Nederland en over de grens. “Het is goed om te kijken hoe anderen het doen en daarvan te leren.”

Aan het woord is Leo Jansen, docent Mechatronica op het Graafschap College. Op uitnodiging van de MBO Raad bezocht hij, samen met twee collega-docenten, de opleidingsmanager en de sectordirecteur, TKNIKA. Een kenniscentrum dat techniekdocenten in Baskenland faciliteert en ondersteunt. "Dat doen ze onder meer door vraaggericht lessen te ontwerpen waarmee de docenten op scholen aan de slag kunnen. Maar ook wordt onderzoek gedaan en aan innovaties gewerkt voor bedrijven in Baskenland. Het is dus een overheidsinstelling die de industrie faciliteert met concrete oplossingen.”

GROTE VERSCHILLEN

Hoewel de opleidingen in grote lijnen gelijkenissen vertonen met opleidingen die de Nederlandse roc’s aanbieden, zijn er volgens Jansen ook verschillen. “Het instituut TKNIKA verzorgt zelf geen lessen, het ontwikkelt de lesstof. Daarvoor worden docenten en experts naar het instituut gehaald om in een paar maanden een lessenserie te ontwikkelen. In ons land ontwikkelen we deel- of nieuwe opleidingen vaak zelf en steeds vaker in samenspraak met het bedrijfsleven.” Die verschillen worden mede veroorzaakt door de andere opzet van het beroeps­onderwijs. “Docenten werken daar voor de overheid en steeds op wisselende scholen. Daardoor kunnen ze ook voor een aantal maanden naar TKNIKA worden gehaald om te werken aan nieuwe onderwijsprogramma’s.”

TROTS

Baskenland kent een rijke historie als het gaat om de maakindustrie. “In dat opzicht is het te vergelijken met de Achterhoek. Basken zijn bovendien trots op hun herkomst en komen daar graag voor uit. Die drive en energie zie je terug.” Die trots is volgens Jansen ook merkbaar in TKNIKA. “Het is een modern instituut dat er geweldig uitziet. Zo hebben ze onderin het gebouw een complete fabrieksopstelling ingericht met de nieuwste apparatuur, heel innovatief. Daar kun je als docenten en studenten echt gericht werken aan de toekomst en aan innovatie.”

“Wij ontwikkelen nieuwe opleidingen steeds vaker in samenspraak met het bedrijfsleven”

BEHEREN EN BEHEERSEN

De vraag is echter in hoeverre deze opstelling aansluit bij de dagelijkse praktijk van de bedrijven in Baskenland. Jansen: “Wij gaan toch meer uit van het idee dat we het machinepark dat we op school hebben staan en gebruiken voor ons onderwijs, kunnen beheren en beheersen. Ik denk dat ons machinepark naadloos aansluit op de praktijk bij de bedrijven in de regio. En samen met die bedrijven leiden wij onze studenten immers op.” Afgelopen zomer heeft een delegatie van TKNIKA een tegenbezoek gebracht aan verschillende roc’s en bedrijven waarmee de opleidingscentra samenwerken. Jansen: “Je merkte dat zij vooral erg geïnteresseerd zijn in de manier waarop wij onze lessen inrichten en deze in overleg met de bedrijven laten aansluiten op de beroepspraktijk.”

CIVON INNOVATIECENTRUM

De delegatie uit Baskenland bracht ook een bezoek aan CIVON Innovatiecentrum, de schakel tussen het Graafschap College en het bedrijfsleven in de Achterhoek. Gijs Smeman, als projectmanager CIVON Innovatiecentrum verantwoordelijk voor de contacten tussen onderwijs en bedrijven, leidde de gasten rond in Ulft. “Wij hebben hier een broedplaats van nieuwe technieken en innovaties met een sterke focus op experimenteren. Hoewel 'Engineering en Industrie' hierin een belangrijke rol spelen vanwege de link met de maakindustrie in de regio, willen we ook verder kijken en zoeken naar kansen voor de diverse opleidingen en het bedrijfsleven. Want alleen zo kunnen we elkaar versterken.”

NIEUWSGIERIG

Smeman merkte dat de Basken vooral nieuwsgierig waren naar de manier waarop de contacten met bedrijven tot stand komen. “Ze wilden graag meer weten over het betrekken van het bedrijfsleven bij het onderwijs en andersom. Je kunt nog zulke mooie en goede spullen hebben, de kracht zit hem vooral in het matchen van de juiste studenten met de juiste bedrijven. De gasten waren erg enthousiast over de manier waarop wij dat als Graafschap College, regionaal bedrijfsleven en CIVON Innovatiecentrum georganiseerd hebben.” Smeman begrijpt wel waar dat vandaan komt. “De contacten hier in de Achterhoek tussen het Graafschap College en bedrijven zijn erg goed. Dat is al jaren zo en dat komt vooral door de gezamenlijke inzet van alle betrokkenen. We weten elkaar te vinden en werken gericht aan een gezonde toekomst voor de maakindustrie. Door onderwijs en praktijk op elkaar af te stemmen en samen te investeren in nieuwe opleidingen.”

INTERNATIONAAL

Via het keuzedeel Internationalisering biedt het Graafschap College studenten de mogelijkheid om ook buiten Nederland stage te lopen en kennis te maken met andere (werk-)culturen. Voor docenten zijn er eveneens volop mogelijkheden om hun kennis te verbreden en te verdiepen. Leo Jansen: “Ook voor ons geldt net zo goed dat het belangrijk is om te blijven leren. Het is daarbij goed om regelmatig in andermans keuken te kijken om te zien hoe zij het doen.”

DEEL DIT ARTIKEL