Anke Visser is sinds 1 februari sectordirecteur Zorg, Welzijn & Sport en ziet in die rol één grote en vooral mooie uitdaging. “Vanuit mijn achtergrond raken alle opleidingen binnen deze sectoren mij in het hart. Ik wil zorgen voor een verdere interne verbinding om daarmee vanuit de opleidingen nog beter de verbinding te kunnen maken met het werkveld.”

De 39-jarige Anke Visser is bezig aan haar tweede werkweek op het Graafschap College als we haar spreken. “Inhoudelijk kan ik nog niet zoveel over het werk zeggen, maar ik heb me tot nu toe bijzonder welkom gevoeld. Ik denk dat dit vooral komt door de sfeer binnen de organisatie. Hartelijk, warm en open. Voor een mbo-organisatie als het Graafschap College erg belangrijk, in mijn ogen”, zegt ze lachend.

MOOIE KANSEN

De afgelopen vijf jaar was Anke directeur/voorzitter van het CIOS Heerenveen-Leeuwarden, de school voor Sport en Bewegen van het Friesland College. “Ik had het daar prima naar mijn zin, alleen toen ik op deze vacature werd gewezen, was ik snel enthousiast. Er liggen hier veel en vooral mooie kansen, voor het Graafschap College, maar ook voor mij. Daar kan ik nu mijn energie in steken.” Voordat Anke in het onderwijs actief wordt, heeft ze een eigen praktijk als ergotherapeut. “Daar komt dus ook mijn passie voor de zorg vandaan. Daarnaast heb ik ook in de kinderpsychiatrie gewerkt en later vanuit mijn betrokkenheid bij ‘het Dorp’ eigenlijk steeds meer te maken gekregen met de welzijnssector. Vervolgens via meerdere onderwijsinstellingen uiteindelijk in Friesland ook de koppeling met sport gemaakt. Die drie gecombineerd bieden mij nu inzichten die ik binnen het Graafschap College kan inzetten.”

WELVAARTSZIEKTES

Gevraagd naar een voorbeeld van die inzichten, maakt Anke de koppeling tussen sport en welzijn. “We hebben een tekort aan professionele trainers en begeleiders in de sport. Aan de andere kant willen we als maatschappij, in de strijd tegen de welvaartsziektes, mensen zoveel mogelijk stimuleren om gezond en voldoende te bewegen. Dat grijpt in elkaar en heeft gevolgen voor beroepen, maar ook voor de opleidingen. Die verbinding kunnen en moeten we meer gaan maken.” Ook op andere vlakken zijn dergelijke verbindingen te maken, waardoor opleidingen elkaar steeds meer gaan raken. “Kijk naar de vergrijzing en de trend dat we steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dat vraagt een andere rol van zorgverleners. Deze groep ouderen wil namelijk wel vitaal en fit blijven. Hoe ga je daarop als opleidingen en aanbieders inspelen? Wij moeten, vooral in samenwerking met onze maatschappelijke partners, continu kijken hoe we die ontwikkeling zo goed mogelijk kunnen vertalen naar de opleidingen.”

HYBRIDE

Hoewel Anke niet kan zeggen hoe die vorm of structuur er straks uit gaat zien, is volgens haar één ding wel duidelijk. “We zullen toe moeten naar een meer hybride vorm, waarin ruimte is voor vrijheid en maatwerk. Voor onze studenten, maar zeker ook voor de partners waarmee wij werken en waarvoor wij opleiden. We moeten met hen in gesprek zijn en blijven over de invulling van het onderwijs.” Dat zal in de ogen van Anke betekenen dat klassen en lesroosters, zoals we die nu kennen, er waarschijnlijk heel anders gaan uitzien. “Wil je gepersonaliseerd opleiden, dan moet je uitgaan van de kracht en de kunde van de studenten. Dus niet indelen op leeftijd, maar op niveau. Welke kennis en ervaring heeft iemand? Vergelijkbaar met de wijze waarop dat nu al in de wijkleercentra wordt gedaan. Jong en oud zit daar bij elkaar. Dat werkt erg goed.” Ook het aanbieden van vier startmomenten binnen sommige opleidingen in plaats van één, is volgens Anke een mooi voorbeeld dat toont dat het Graafschap College deze ontwikkeling al heeft ingezet.

RELEVANTE MOMENTEN

Anke benadrukt dat een opleiding pas ‘echt hybride’ wordt, als er op relevante momenten wordt opgeleid. “Kijk naar sport en bewegen. Daar begint het werk in de meeste gevallen pas na schooltijd. Bij sportverenigingen, maar ook in wijkcentra of op andere plekken waar de studenten stagelopen. Door als opleiding daarin ook te faciliteren, maak je de rol als partner echt waar.” Voor de zorgopleidingen is dit eveneens een speerpunt. “Als de beroepsgroep van mening is dat wij ook op zaterdagmiddag of ’s nachts relevant zijn in een ziekenhuis of verzorgingsinstelling, moeten wij daarop inspelen. En dat geldt ook voor de maandagmiddag op een kinderdagverblijf. Wij leiden op voor onze partners in de Euregio en samen met hen – en onze studenten – moeten we dit zo effectief en goed mogelijk inrichten. Een mooie uitdaging waarvoor ik me graag inzet.”

“We zullen toe moeten naar een meer hybride vorm, waarin ruimte is voor meer vrijheid en maatwerk”

ANKE VISSER


LEEFTIJD

39 jaar


CARRIERE

Had van 2001 tot 2008 een eigen praktijk als ergotherapeut en werkte ook in de kinderpsychiatrie. Sinds 2005 is Anke actief in het hbo-onderwijs en sinds 2009 in het mbo. Zo was ze bij Helicon MBO Velp betrokken bij een onderwijsinnovatie en werd ze daar in 2012 vestigingsdirecteur. In 2014 maakte ze de overstap naar het CIOS Heerenveen-Leeuwarden, de school voor Sport en Bewegen van het Friesland College. Per 1 februari 2019 is ze sectordirecteur Zorg, Welzijn & Sport van het Graafschap College.


PRIVE

Gehuwd met Marnix van Leeuwen (fysio- en manueel therapeut), moeder van vier kinderen. Woonachtig in Driebergen.


PASSIES

Korfballen, squashen en skiën, muziek, naar het strand, koken en theater.

'ECHT CONTACT'

"We hebben met de Zorg, Welzijn en Sport een prachtige sector staan, waarin onderling al op veel vlakken wordt samengewerkt. Maar daar kunnen we veel meer uithalen, vooral omdat ze elkaar in de praktijk raken. Daarom wil ik de verbinding tussen de drie intensiveren, zowel binnen het Graafschap College als ook daarbuiten. Ook die externe verbinding gaan we versterken zodat we samen oplossingen vinden voor de opleidingsbehoeften in de verschillende beroepsgroepen”, zegt Anke Visser. Dat alle partijen die hierin een rol spelen, erin gaan slagen om dat doel te halen, weet de sectordirecteur Zorg, Welzijn & Sport bijna zeker. “Het draait namelijk allemaal om mensen en om persoonlijk contact. En als er echt contact is, dan gebeurt er ook wat. Op school en in de praktijk. Dat maakt dit vak voor mij ook zo mooi.”

DEEL DIT ARTIKEL