Verspreid over de Achterhoek zijn momenteel tien statushouders bezig met een bijzonder opleidings- en werkervaringstraject. In keukens van verschillende horecagelegenheden en instellingen volgen ze een Entree-opleiding in de horeca, waarbij ze een dag in de week naar school gaan. Met als voornaamste doel: een frisse start maken en uitstromen naar vast werk. Een aanpak die werkt!

Als de eerste gasten de keuken van restaurant Welgelegen in het centrum van Groenlo binnenkomen, is Nigisti Mehari net koffiebonen aan het branden. De sterke geur vult de ruimte en bewijst dat er al volop gewerkt wordt aan het diner dat de gasten deze avond voorgeschoteld krijgen. Net als Nigisti zijn ook de drie andere leerling-koks die deelnemen aan het Horeca-project Oost Achterhoek druk met de voorbereidingen voor het avondmaal, dat bestaat uit gerechten uit hun land van herkomst. Asjen van Dijk, praktijkdocent van de koks in spe, kijkt af en toe mee over de schouders van de vier en geeft hier en daar een aanwijzing. “Maar ik wil me er niet te veel mee bemoeien, ze mogen het zelf doen”, zegt hij lachend. Als Reslan Hamwi hem even later vraagt om de linzensoep te proeven om te testen of deze zout genoeg is, antwoordt Asjen resoluut: “Dat mag jij zelf bepalen. Ik proef het straks wel als je de soep serveert.”

“Haar zoon is zo enorm trots op haar
omdat ze een vaste baan heeft”

MOOIE SAMENWERKING

Ondertussen verzamelt zich in het restaurant een groep genodigden die wordt getrakteerd op het diner. Naast Roy Klein Gunnewiek, chef-kok van Welgelegen en praktijkopleider van Mahran Alsarray, zijn ook Hertzog en Nada Olivier aanwezig, eigenaars van restaurant Eet-Lokaal in Zevenaar en praktijkopleiders van Nigisti Mehari. Accountmanagers Judith Wopereis en Hanneke Scharenborg schuiven aan namens de Sociale Dienst Oost-Achterhoek (SDOA). De SDOA is partner in het project. Als relatieadviseur van het Graafschap College neemt Willy Bras de rol van gastheer op zich. Het gemêleerde gezelschap bewijst volgens hem het succes van het Horeca-project Oost Achterhoek. “We hebben lokale overheden, bedrijfsleven en opleiding binnen dit project effectief weten te koppelen. Een mooie samenwerking, waarmee we statushouders en mensen in de bijstand met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans bieden zich te blijven ontwikkelen en een frisse start te maken in onze regio.”

DOORZETTINGSVERMOGEN

De vier aspirant-koks in de keuken hebben, naast hun liefde voor het koksvak, meer dingen gemeen. Zo zijn ze allemaal in 2015 naar Nederland gevlucht. Nigisti Mehari (33 jaar) vanuit Eritrea en Mahran Alsarray (34 jaar), Reslan Hamwi (31 jaar) en Maha Jaafar (54 jaar) vanuit Syrië. “Daarnaast delen ze de wil en het doorzettingsvermogen om hier een nieuwe toekomst op te bouwen”, zegt Willy. Zijn ogen stralen als hij over het project praat. “Prachtig om te zien hoe enthousiast ze in de keuken staan. Je merkt dat ze zich daar op hun gemak voelen en plezier hebben in het werk. Dat is enorm belangrijk in trajecten als deze.” Een uitspraak die wordt bevestigd door Judith en Hanneke. “Het is eigenlijk een voorwaarde om succesvol van een stage naar een betaalde baan door te groeien”, zegt Hanneke. In het project is bewust gekozen voor de koppeling met de horeca omdat in die branche veel vacatures zijn in de Achterhoek. “Maar we plaatsen de kandidaten niet zomaar bij de bedrijven, daar gaat wel een selectie aan vooraf. Ze hebben eerst een gesprek op het Graafschap College. Als daar het oordeel positief is, volgt een gesprek met ons. Wanneer ook wij denken dat de kandidaat geschikt is, zoeken we een bedrijf. Een aanpak die werkt, want van de in totaal dertien mensen die in dit project opgeleid worden, hebben er inmiddels al zes een arbeidsovereenkomst en vijf een werkervaringsplek”, zegt Hanneke.

BAAN IS DOEL

En dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait: een vaste baan. “Uitstromen naar een arbeidsovereenkomst, omdat we de kandidaten daarmee een stuk zelfstandigheid en zelfredzaamheid bieden. Werken aan een nieuwe toekomst in Nederland”, vult Judith aan. Dat dit voor de kandidaten echt zo belangrijk is, beaamt Hertzog Olivier. “Nigisti is inmiddels bij ons in vaste dienst en hoort echt bij het team. Toen ze ons vertelde dat haar zoon had gezegd dat hij zo enorm trots op haar is omdat ze een vaste baan heeft, kreeg ik een brok in mijn keel. Dit is zó belangrijk voor ze.” Dat herkent ook Roy Klein Gunnewiek. “Mahran werkte al bij ons in de keuken toen hij instroomde. Een fijne jongen die hard wil werken en bovendien erg leergierig is. Als je, zoals hij, uit een andere cultuur komt, is de omschakeling best groot. Zaken die voor ons heel normaal zijn, kennen ze niet vanuit hun eigen achtergrond. Dat is in het begin wel wennen. Voor de student, maar ook voor mij als praktijkopleider.”

ZIEKMELDEN

Als voorbeeld noemt Roy het ziekmelden. “Mahran had in Syrië een eigen restaurant en het is daar heel gewoon dat je bij ziekte niet komt opdagen zonder dit te melden. Dat soort basisprincipes zijn bij ons juist wél belangrijk. Maar dat zijn dingen die ze op de dinsdag, als ze naar school gaan, leren.” Asjen van Dijk beaamt dat de cultuurverschillen soms erg groot zijn. “En dus ook de gewoontes. Geen enkel probleem, maar dat betekent wel dat we de groep onze werkafspraken en -gewoonten moeten aanleren. Anders kunnen ze hier niet in horeca-keukens functioneren. Dat geldt overigens ook voor andere werkomgevingen.”

“Deelnemers delen ook de wil om hier
een nieuwe toekomst op te bouwen”

ERVARING

In de keuken vorderen de voorbereidingen voor het eten gestaag. Van veel stress lijkt geen sprake, wel werkt het viertal geconcentreerd aan de gerechten. “Mooi om te zien”, zegt docent Asjen. “Een deel van de deelnemers heeft amper ervaring, maar ze staan hier alsof ze al jaren in de keuken werken.” Zo is Maha druk met het hoofdgerecht. Ze serveert de gasten een kleurrijk rijstgerecht met in het midden een ‘deegbal’ gevuld met vlees en groenten.Terwijl ze de flinterdunne deegvellen vult en dichtvouwt, vertelt ze enthousiast over haar werk bij Daals Traiteurs in Winterswijk. “Ik werk in de kantine van het gemeentehuis in Winterswijk. Erg leuk, omdat je veel verschillende werkzaamheden hebt. In de keuken, maar ook in de bediening”, zegt Maha, die van huis uit administratief medewerker en activiteitenbegeleider is.

VAN HOBBY NAAR WERK

Op de vraag of ze tevreden is over de opleiding antwoordt ze: “Ja, vooral in de keuken is het erg leuk! De taal vind ik wel moeilijk, maar dat gaat wel goed komen.” Maha is, net als de andere deelnemers aan het project, iemand die invulling geeft aan ‘een leven lang ontwikkelen’. “Ik heb in Syrië nooit in een restaurant gewerkt, maar koken was wel een grote hobby. Daarom ben ik ook zo blij dat ik er nu mijn werk van kan maken.”

GOEDE COMMUNICATIE

Asjen ervaart dat de Nederlandse taal voor nagenoeg alle deelnemers het grootste ‘leerpunt’ is. “Daarom is het iedere week weer een belangrijk onderdeel tijdens de lesdag op school. Goede communicatie is essentieel op de werkvloer, dus beheersing van de Nederlandse taal is een vereiste. In ieder geval de basis. Anders kun je niet binnen een team functioneren. Maar dat gaat steeds beter en je ziet de deelnemers echt groeien.” Asjen voelt zich bevoorrecht dat hij de groep statushouders mag lesgeven. “Met mijn 24 jaar ben ik jonger dan de kandidaten. Iedere deelnemer brengt een bijzonder verhaal mee en een brok levenservaring waarvan ik ook weer veel leer. Daar krijg ik veel energie van.” De persoonlijke verhalen van de statushouders dwingen ook respect af bij Asjen. “Deze mensen hebben een leven elders achtergelaten, vaak van het ene op het andere moment. Dat je dan op een nieuwe plek zo actief je nieuwe toekomst wilt vormgeven, vind ik erg indrukwekkend. Ik neem dan ook echt mijn petje af voor de deelnemers.”

TROTS

Als het tijd is om het voorgerecht uit te serveren, presenteert Reslan trots het eindresultaat. Linzensoep met gefrituurd Arabisch brood en een grote schaal groene salade. “Mooi toch?”, zegt de stralende 31-jarige Reslan, die in Eibergen in de keuken van Het Mulderhuis werkt. Net als Mahran runde hij in Syrië een eigen restaurant. “Maar de ingrediënten en manier van werken zijn hier wel heel anders. Daarom ben ik ook zo blij dat ik deze kans krijg om verder te leren en als kok in een restaurant aan het werk te kunnen. Het biedt me een betere toekomst en daarvoor wil ik graag leren.” Nadat Reslan en Mahran de complimenten voor hun voorgerecht in ontvangst hebben genomen, helpen ze Maha en Nigisti met het hoofdgerecht. Maha neemt de positieve reacties van de gasten op de kleurrijke presentatie een beetje verlegen in ontvangst. En dat geldt ook bij het afruimen van deze gang. “Fijn dat het gesmaakt heeft”, zegt ze bescheiden lachend.

BEWIJS

De Afrikaanse koffie die Nigisti als dessert heeft gemaakt, wordt aan tafel uitgeserveerd in kleine kopjes. En dat blijkt niet zonder reden. “Dat is een straf bakkie”, zegt Roy na de eerste voorzichtige slok. “Maar wel erg lekker. Zeker in combinatie met het zoetige brood erbij.” Een mening die aan tafel gedeeld wordt. Daarmee is het niet alleen de afsluiter van een bijzonder smakelijk en verrassend diner, maar tevens het bewijs van het succes van het Horeca Project Oost Achterhoek!

EUREGIONALE PARTNER IN ONTWIKKELING

Het Horeca Project Oost Achterhoek sluit naadloos aan op de missie en visie van het Graafschap College. “We presenteren ons als één Graafschap College als partner voor een leven lang ontwikkelen in de Euregio. Daar past deze samenwerking met horecabedrijven, Sociale Dienst Oost-Achterhoek en verschillende gemeenten perfect bij”, zegt relatie­adviseur Willy Bras. Judith Wopereis en Hanneke Scharenborg van de Sociale Dienst Oost-Achterhoek ervaren de samenwerking ook als zeer positief en effectief. “Binnen het project zoeken wij de bedrijven bij de verschillende kandidaten. Mede dankzij de goede contacten van het Graafschap College bij brancheorganisatie Koninklijk Horeca Nederland, komen wij sneller en makkelijker binnen bij de ondernemers. Dat helpt enorm.” Behalve de tien statushouders nemen ook drie mensen die in de bijstand zitten en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben deel aan het project. Hanneke: “Een van hen is een oudere kandidaat die we hebben gevraagd deel te nemen. Het leek hem wel leuk, dus hij is begonnen. Inmiddels is hij zó enthousiast en gaat het zó goed, dat hij mogelijk een maatwerktraject gaat doen. Dat is een voordeel van de directe koppeling met het Graafschap College.”

ACHTER DE SCHERMEN...

DEEL DIT ARTIKEL